Stinzenbloembollen

Stinzenplant is een gangbare benaming voor een groep planten die van oorsprong in een regio alleen als ingevoerde sierplantensoort voorkwam in landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen en dergelijke, en zich daar handhaafden of verwilderd zijn. 
Het woord stinzenplant komt van het Friese woord stins, dat stenen huis betekent. Er wordt een versterkt en met stenen gebouwd huis mee bedoeld. Dit waren de woningen van adellijke of aanzienlijke heren, die dikwijls landgoederen bezaten. In Friesland is het specifiek bij stinsen voorkomen van plantensoorten voor het eerst beschreven. Na 1950 raakte de term ingeburgerd en werden stinsenplanten ook buiten Friesland gevonden, bijvoorbeeld in Groningen op borgterreinen (daar börgbloumkes genoemd), maar ook veel op de Utrechtse landgoederen en later ook in het algemeen kasteeltuinen. Het aanplanten van stinsenplanten kreeg aan het eind van de 18e eeuw een grote impuls door de opkomst van de Engelse tuin. Het ideaal van deze tuinarchitectuur was de natuurlijke schoonheid, die men verder wilde perfectioneren. Daarom werden er planten uitgezet ter verwildering.

Tot zover algemene Wikipedia-kennis. Voor wat betreft bloembollen denken we aan soorten die solitair, dus niet in formele groepjes, groeien en zich verder door verwildering op een natuurlijke wijze verspreiden in de tuin. 
Tot de groep stinzenbloembollen wordt onder andere gerekend: sneeuwklokjes, sterhyacinten, sneeuwroem, winterakoniet, krokus, lenteklokje, bosanemoon, gele anemoon, zomerklokje, boshyacint, wilde narcis, kievitsbloem, knikkend vogelmelk.

© 2020 - 2024 bollenburchtshop.nl | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel